- plaatsen
- {{plaatsen}}{{/term}}I 〈overgankelijk werkwoord〉1 [een plaats geven aan, zetten, stellen] place ⇒ put, situate 〈gebouw〉, put/set up 〈machine〉, install 〈machine〉2 [met betrekking tot geld] invest3 [in dienst nemen] employ ⇒ 〈aan betrekking helpen〉 place, 〈aan betrekking helpen〉 find a place/position for4 [een standplaats toewijzen] give a place (to)5 [sport] [klasseren] rank ⇒ 〈tennis〉 seed♦voorbeelden:1 een advertentie plaatsen • put an ad in the papereen artikel plaatsen 〈in krant〉 • print a(n) story/articleeen opmerking plaatsen • make a remarkeen telefoon plaatsen • put in/install a telephone〈figuurlijk〉 iemand niet kunnen plaatsen • not be able to place someone〈figuurlijk〉 zich voor moeilijkheden geplaatst zien • find oneself faced with difficultiesin een inrichting plaatsen • put in an institutioneen kantoorgebouw naast een kerk plaatsen • situate an office building next to a churchnaast elkaar plaatsen • put/place next to one anotherde ladder tegen het schuurtje plaatsen • lean/put the ladder against the sheduit elkaar plaatsen • separate4 〈studenten(taal)〉 ben je geplaatst? • have you got a place/been accepted?¶ de gehele lening is geplaatst • the loan has been fully taken upeen order plaatsen • place an orderII 〈wederkerend werkwoord; zich plaatsen〉1 [sport] qualify (for)♦voorbeelden:1 zich plaatsen voor de finale • qualify for the final
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.